Normen voor leerreviews
De Inspectie Jeugdzorg is al jaren geïnteresseerd in leerreviews en gebruikt zelf ook onderdelen van de methodiek, maar beseft zich terdege dat de uitgangspunten van een leerreview (om te leren) en een inspectieonderzoek (om rekenschap af te leggen) verschillen. De Inspectie vindt leerreviews waardevol, maar het moet voor de Inspectie en voor de betrokken overheden wel duidelijk zijn dat het in een bepaalde casus verantwoord is om een leerreview te houden in plaats van een inspectieonderzoek. Bij een ernstige calamiteit kan een inspectieonderzoek of zelfs een justitieel onderzoek nodig zijn. Gedurende zo’n onderzoek wordt niet tegelijk een leerreview gehouden, omdat dat spanning kan geven met de voor een leerreview benodigde veiligheid. 

Wordt er in een bepaalde casus een leerreview overwogen dan is het voor de Inspectie van belang dat de betrokken instellingen nadrukkelijk de verantwoordelijkheid voor het leerreview willen nemen, dat die wordt uitgevoerd door een erkende reviewbegeleider en dat gewerkt wordt volgens een vaststaande en controleerbare methodiek. Verder kan een individuele organisatie maar een beperkt aantal leerreviews aan. Een leerreview kan weliswaar veel opleveren, maar kost ook veel tijd,. Na een review moet namelijk rekening gehouden worden met verwerkingstijd nodig om aangetroffen systeemproblemen op te heffen. Anders ontstaat onderzoek om het onderzoek zonder verwerkingstijd, wat kan leiden tot demotivatie op de werkvloer. Bovendien heb je als organisatie staf nodig om leerreviews te doen, terwijl de budgetten krimpen. Soms kan daarom met reden gekozen worden voor een minder intensieve methode dan Learning Together. 
De criteria voor leerreviews moeten vastgelegd worden in veldnormen. De Inspectie wil die dan bij een calamiteit hanteren om te kunnen besluiten om nog geen eigen onderzoek te doen, maar de uitkomsten van een leerreview af te wachten.